12 oktober 1944

Twee inktzwarte dagen.
Op donderdag 12 en vrijdag 13 oktober 1944 werden Venray, America en Horst gebombardeerd.
Voor de middag stegen de bommenwerpers op vanaf vliegveld Eindhoven om Venray te bombarderen. Daarna was het de beurt aan het centrum van America en weer een uur later Horst. De bommen vielen op de Americaanseweg, het Lambertuspein en Steenstraat.
Een dag later werd de toenmalige Gasthuisstraat onder handen genomen.
Bij deze bombardementen werden ook fosforbommen gebruikt. Fosfor ontvlamt vanzelf zodra het met zuurstof in aanraking komt. Het moet daarom onder water bewaard worden.
In het dagboek van Resie Peters uit Oirlo is te lezen dat in Venray het klooster en scholengemeenschap Jerusalem in lichterlaaie stonden. Heel Venray was één grote vuurzee.
In het centrum van Horst kwam een fosforgranaat in de toren van de Lambertuskerk terecht.
Die vloog in de avonduren spontaan in brand. Veel Horstenaren zagen deze vlammenzee vol ongeloof en afgrijzen aan. Er was vooral bij de bevrijding enorm veel materiële schade, maar het menselijke leed moet enorm geweest zijn. In totaal kwamen in de voormalige gemeente Horst op beide dagen meer dan veertig mensen om het leven. Het jongste slachtoffer was een half jaar oud.
Zie ook “oorlogsslachtoffers”.