16 tot 23 november 1944

Ik kan niet meer schrijven, ze kletsen hier zo.
Donderdag 16 november 1944. Angst voor een nieuwe evacuatie.
Ze zijn nog steeds bezig. En dan vallen er ook nog bendes granaten vooral in Tienray en wordt er gemitrailleerd vanuit vliegtuigen.
Zaterdag 18 november 1944. In alle vroegte gewekt door binnen stormende moffen: Liesbeth, wir gehen weg”. Daarmee werd Bets van Heugten bedoeld.
Alles herademde. We vlogen uit bed. I also. Poten werden er gegeven, maar niet veel gezegd. Ze vertrokken met de meisjes, waarmee iedereen een vrij goede verstandhouding had gehad. De meisjes liepen mee tot de brug en zwaaiden de vijand uit.
Zondag 19 november 1944. Resie heeft difterie.
Ik heb de hele dag gelezen. “Berk en brein”van Hemeldonck. Het is best een mooi boek. Het enige wat ik er nu op tegen heb is dat het een treurig verhaal is. Nu ik mag lezen valt het ziek zijn een beetje mee. Maar die avonden, vreselijk. Ik ga bedden haten.
Donderdag 23 november 1944. In alle vroegte was het een herrie boven mijn hoofd. De mensen kwamen allemaal de kerk bezichtigen. De kinderen kwamen in alle vroegte binnenstormen. Ze hadden de haan gevonden. Ik kon het niet meer uithouden. Een hopeloze ruïne is de kerk. De gewelven zijn ingestort, behalve van het hoogkoor.