2 en 3 november 1944

Ze vervolgt:
Woensdag 1 november 1944. Allerheiligen. Wasdag. We zijn nog steeds in Meerlo. Als het trommelvuur komt moeten wij hier ook weg. Naar Duitsland natuurlijk, waar anders. Het wordt hopeloos als we hier weg moeten en dat is zo goed als zeker. Wat zullen er dan veel doden vallen, duizenden mensen zonder kelder. We hopen maar, dat we kunnen blijven. Hier hebben we nog een kelder en goed eten.
We zijn nu met dertig en vanmiddag kregen we er nog vier bij, een dominee met aanhang. Gisteren en vannacht hebben we veertien moffen gehad, echte jatters. Ze kwamen uit Oirlo. Vanmorgen moesten ze ineens weer terug. De laatste dagen slaan hier ook granaten in. Onze rust is weer enigszins verstomd. Er is momenteel weer een nieuwe pantserslag gaande. Hé schoot die Tommy maar eens op. De moffen hebben groot gelijk met hun gezegde: “Der Tommy der schiesst ja alles kaput” Hij kan niets dan granaten afschieten die geen enkele mof treffen. Zijn eigen soldaten worden gespaard, maar de burgerbevolking daar wordt niet naar om gekeken. Net zolang tot we in Duitsland zitten, dan zijn ze van ons af. De Oirlose toren staat er nog. Hier de Meerlose is ook geladen. Toch gaat alles zijn gewone gang, behalve dat er geen jongens en mannen op straat komen.
Donderdag 2 november 1944. De aarde is een tranendal, nu zie je het pas in. Wat waren we toch gelukkig toen we nog thuis waren. Nooit hebben we het beseft.