Anekdotes

De schat wordt begraven
In Tienray kwamen veel kleine muntjes in de offerblok. De derde collecte tijdens de heilige mis was bestemd voor de armen. Pastoor Dinckels deponeerde de muntjes in een teil van 60 cm breedte. Die teil zat tijdens de oorlog vol. Anselm van de Voort heeft die teil met een kruiwagen naar het kerkhof gebracht en begraven. Na de oorlog heeft hij die er weer uitgehaald. Hij waste al die centen en deed ze op rolletjes (karotten). Hij mocht die aan de armen in Tienray geven. Daarvan hield hij een lijstje bij.

Het Mariabeeldje
Anselm van de Voort maakte regelmatig voorwerpen van de fijne klei van Tiglia. In Tegelen werden de voorwerpen gebakken, maar in de oorlog lukte dat niet meer. Daarom haalde hij ruwere klei van de Boerenoven en maakte daar een Mariabeeldje van. Hij bouwde een veldoventje in zijn tuin en heeft het beeldje erin gebakken en later geglazuurd. Het beeldje en console hangen nu in “De winkel”.

De geëvacueerde dieren werden in Tienray opgevangen en ingeënt door zuster Bernadette (als volleerde dierenarts). Veel mannen moesten met touwen de dieren in toom houden voor de injectie. Toen de nood aan de man kwam verdwenen ze toch in de pot.

Kinderen vonden geweren en munitie waarmee ze in het bos gingen schieten. Ze zagen er het gevaar niet van in tot de Britten poolshoogte kwamen nemen.

Met Kerstmis 1944 werden alle inwoners van Tienray bij elkaar geroepen om in de kelder van het klooster chocolademelk te komen drinken. Het was nog steeds gevaarlijk vanwege de beschietingen door de Duitsers. De chocolademelk was aangeboden door de Britten.

Het echtpaar Peter Jacob (Keup) Verlinden- Maria (Marie) Elisabeth Hendrikx had acht kinderen. Rondom het huis stonden zeventien kanonnen. Eén van de kinderen mocht van de Britten een kogel afschieten tegen betaling van een ei.

Mart van Lin: Wij kregen chocolade van zowel Duitse als geallieerde soldaten.

Er waren in de oorlog veel noodslachtingen. De dieren werden onder andere bij Martens en Cox geslacht door Chris Gijsbers. In Tienray zorgde Guus Knoops (Edah Guus) voor de verkoop.

De Duitsers stalen het vee. Daarom werd vaker een koe geslacht en werd er lekker van gesmuld. Men had elke dag “kermissoep”. Normaal at men varkensvlees, maar op het einde van de oorlog vlees van de koe.

Na de oorlog kwamen verschillende kinderen in Tienray aansterken:

Bij Reijnders, Swolgenseweg 9 kwamen: Annie en Tiny Humblet, Hans of Henk van de Velde uit Amsterdam en de schipppersfamilie Brugman uit Doornenburg.

In huize Van de Voort werd op 25 februari 1945 het Poerimfeest gehouden met zang, dans en muziek. Er waren veel kinderen aanwezig.

In het bos lag veel munitie, die in een kuil werd gegooid. Jo Derks was daar ook bij. Hij rookte ondanks het feit, dat de anderen vroegen even te stoppen tot de kuil dicht was. Gewoonte getrouw knipte hij het peukje met duim en vinger weg. Dat kwam precies in de kuil, een ontploffing volgde, waardoor de kuil nog groter werd.

Een boer uit Lottum moest met de veerboot over. Hij had een koffer vol vlees op de bagagedrager. Dat gebeurde clandestien. Iedereen werd gecontroleerd door de Duitsers. Toen de pont aan de overkant was, was hij aan de beurt. Hij vroeg aan de Duitsers of ze hem een zetje wilden geven. Dat gebeurde en hij werd niet gecontroleerd.

Bij Reijnders, Swolgenseweg 9 kwamen: Annie en Tiny Humblet, Hans of Henk van de Velde uit Amsterdam en de schipppersfamilie Brugman uit Doornenburg.

In 1947 is in Tienray een toneelstuk opgevoerd door Jacques Gielens, Hay van Well, Louis van den Munckhof bij Van Well, Spoorstraat 2 in het zaaltje. Uitgebeeld werd het kampleven in Duitsland.

Lien Emons – Bartels: Toen de bevrijders door Tienray trokken, zagen wij voor het eerst van ons leven negers. De Britten zorgden voor een fornuis voor onze familie. Bij ons waren ook evacués uit het centrum van Rotterdam. Omdat ik difterie kreeg, werd ik naar Deurne gebracht en belandde ik in het klooster van de zusters in Zeilberg in het noodziekenhuis. Ook Piet van Well was daar.