Vluchtelingen vertellen

Sjaak Gommans was bij de familie Kleeven (De Krier). Zijn moeder hielp met koken en daar waren de gastouders heel blij mee. Sjaak ging met Karel Achten en Jeu Duijf op een keer naar de oom van Karel om een praatje te maken.

Hij schrijft: In de verte zagen wij een konvooi aankomen, maar we wisten niet wat er aan de hand was. Ineens zei iemand, dat we moesten wegrennen. Een kuil in een bietenveld was te ondiep om ons in te verbergen. Dus renden we naar de bosjes. Een Duitse militair riep: “Halt stehen bleiben, oder wir schieszen”.

Met Karel Achten en Jeu Duijf mocht hij nog wel een deken en brood halen. Hij had ook nog meegenomen een hemd, twee borstrokken, een handdoek en een paar schoenen, die Karel maar aantrok. Ontsnappen kon niet, want voor en achter het huis stond een Duitse soldaat. Ook Frans Lenssen (?) was erbij. In Arcen kregen ze nog van een vrouw een briefje mee met een adres in Kevelaer. Dat briefje is Sjaak kwijt geraakt. Hij kwam uiteindelijk terecht in Langerfeld.

Toon Fleurkens en Lowie Rutten waren hout aan het sprokkelen toen plotseling de Duitsers opdoken. Ze moesten hun leeftijd zeggen, waarop Lowie te horen kreeg, dat hij te jong was. Toon en oom Hein Goumans moesten mee. Tante To Goumans-Falize protesteerde heftig omdat ze hoog zwanger was, maar vergeefs. Haar man moest mee. Lowie bood aan mee te gaan in plaats van oom Hein. Na overleg vonden de Duitsers het goed als Hein zich maar goed verstopte. Ze namen elk vier stevige boterhammen mee en een deken. Ze moesten zogenaamd graan gaan dorsen in Walbeck.

Hand van de Pas

Hand van de Pas was geboren op 2 april 1915, overleden op 25 april 1987 en begraven op 30 april 1987. Alles gebeurde in Broekhuizenvorst. Hand was erg actief geweest in het verzetsgroepje rond Hanna van de Voort. Hij was erg actief in het onderbrengen van joodse kinderen. Nico sprak dan ook op zijn begrafenis. Hand was volgens Nico een bescheiden Limburger met een gouden hart. Hij heeft ook veel samengewerkt met zijn broer Wiel. Beiden zijn regelmatig met een onderduikkind in de mais gevlucht. Een razzia in het dorp begon meestal bij de smid. Geallieerde bemanningsleden vonden een onderduik in boerderij de Hor.

Hanna van de Voort

Hanna was geboren op 26 november 1904 en overleed op 26 juli 1956 in het Anthonius ziekenhuis in Utrecht tijdens een open hart operatie. Ze was kraamverzorgster bij het Groene Kruis afdeling Meerlo. Zij bleef zoals het destijds te doen gebruikelijk was tien dagen bij een gezin, als er een kind geboren was.
Hanna benaderde de mensen waar zij als kraamverzorgster geweest was, Nico Dohmen en Toontje Peeters de overige. Dat waren er misschien wel meer. De dorpen in Noord Limburg lagen erg geïsoleerd, er waren bijna geen NSB’ers en er kwam af en toe een Duitse militair op zijn motor voorbij.
Na de razzia op 1 augustus 1944 werd Hanna negen dagen opgesloten in Eindhoven. Voor haar vele werk werd een plaquette onthuld aan haar huis op 5 mei 1957 om 17.00 uur. Nico deed een dankwoord.
Ze kreeg postuum de Yad Vashem onderscheiding op 16 december 1976 in het bijzijn van onder andere burgemeester Samkalden en minister van Justitie Dries van Acht.
N.B. Op 13 oktober 2016 vond de verkiezing plaats van “De grootste Limburger” door L1. Jan Linders behaalde de meeste stemmen en Hanna kwam op de tweede plaats. Dit tot grote teleurstelling van de nabestaanden van Toon Hermans, die al de voorste plaatsen in de zaal bezet hadden.