Civil Affairs

De gedwongen evacuatie na de bevrijding.
Majoor W. H. Miles, bevelhebber van het detachement 224 Civil Affairs wenste geen burgers in Venray en omgeving. Die liepen maar in de weg en moesten ook nog te eten hebben.
De bewoners van Venray werden daarom gedwongen te vertrekken. Iedereen moest zich melden bij het voormalige ziekenhuis aan de weg naar Merselo. De mensen werden vandaar met vrachtwagens verder vervoerd. Er mochten alleen mensen mee. Na vertrek stond het hele plein voor het ziekenhuis vol met kruiwagens, karren en dergelijke.
Niet alleen Venraynaren werden opgepakt. Ook veel mensen, die elders “te vroeg” op de verkeerde plaats waren, werden opgepakt zoals U hieronder kunt zien.
Ook deze mensen werden in vrachtwagens geladen en via Venray en Deurne naar het westen gebracht tot in België toe.
Verschillende opgepakte mensen kwamen eerst in kamp Vreekwijk in Deurne terecht. Hier vond een gezondheidsonderzoek plaats en werden de mensen met DDT behandeld tegen ongedierte. Of men ging naar het Philips Veemgebouw in Eindhoven.
Daarna ging de reis verder. Als de vrachtwagen, waarin de mensen zaten, een dorp of stad aandeed kwam de vraag of iemand in die plaats familie had wonen. Die mensen mochten van de wagen af. De rest reisde verder. De gemeente Venray nam de kosten voor het verblijf elders voor haar rekening. Diezelfde gemeente bepaalde ook wanneer  de vluchtelingen terug mochten keren.
Ook mensen uit de dorpen mochten alleen met een stempel in Venray komen. Venray was verboden gebied.Intussen stonden veel woningen onbeheerd en konden de mooie stukken geroofd worden, ookdoor de bevrijders. De oorspronkelijke bewoners zouden pas in de loop van 1945 weer terugkomen.
Zuster Verona: Moeder overste Bonavita en zuster Theresia zijn op 27 november 1944 met veel andere inwoners van Oirlo door de Britten naar Noord-Brabant gebracht. Ze waren nog maar net teruggekeerd. Ze kwamen pas op 20 december 1944 terug in Oirlo. Toen schreef ze: Toen ik uit de kerk kwam, riep men: “Moeder en zuster Theresia zijn terug!” Wij waren blij dat ons convent eindelijk weer compleet was. Twee bedden werden klaargemaakt naast de kapel. Daar sliepen de twee reizigers, maar eten deden ze met ons nog bij Rongen op de Molenhoek.
De familie De Mulder, Meerloseweg 8, evacueerde met elf personen naar Blijdries 23 in Tilburg.
De familie Antoon en Nellie van den Berg – Paulissen ging met tien personen naar M. Poels in Merselo.
De familie Handrie Voermans – Strijbos ging met veertien personen naar M. van Cuijck in Merselo.
Verder kwam het gezin van Wim Rutten in Stevensbeek terecht bij boer Pluk. Bij terugkomst in Oirlo was hun fornuis weg en veel van hun huis vernield.
Thei Loonen kwam bij familie in Eindhoven terecht.
Marie Philipsen – Bots: Na één nachtje thuis geslapen te hebben, kwamen de Britten ons al ophalen. We werden naar Venray gebracht en in het lyceum op de Leunseweg ondergebracht. Ik kon toen met mijn ouders en mijn broers Teng en Lei naar Westerbeek. Mijn getrouwde zus woonde daar. Op 8 december 1944 mochten wij kinderen naar Oirlo terug, maar we mochten niet in Venray komen. Dat was nog verboden gebied. Ik vond de Britten asociaal, arrogant en brutaal.
Truus Cuppen – Nelissen: Toen wij terugkwamen in Oirlo werden we opgepakt en met een Britse wagen naar Venray gebracht. In het lyceum op de Leunseweg sliepen we één nacht in de kelder, waar de Britten een keuken hadden. De volgende dag ging het naar Bakel. We kwamen in Oploo terecht. Vrachtwagens werden door de bevrijders gevorderd en zo kwamen we later in Veulen terecht bij moeder en de familie.
De familie Naus uit Tienray kwam in Helmond terecht en de familie Raijmakers in Borkel en Schaft.