De bevrijders schrijven

Op 22 november, toen het weer slechter was dan ooit, werden Horst en Sevenum eindelijk bereikt. De vijand hokte nog in Tienray en bestookte vandaar met venijnig granaatvuur het pas bevrijde Horst. De volgende dagen drongen de Schotten, tegen dit bezeten granaatvuur in, op in de richting van de Maas en bezetten Swolgen, Tienray en Blitterswijck.
Die dag, 25 november 1944 was de laatste fase in de opmars naar de Maas.
Laat in de middag had het bataljon Tienray ingenomen, met de Gordons richting rivier en de Highland Light Infantery die door trokken om Megelsum en Blitterswijck te zuiveren van resterende vijandelijke eenheden. Tienray toonde het ondertussen bekende beeld van verwoeste huizen, vernielde straten, omgezaagde en booby – trapped bomen. Maar ondertussen waren de meeste troepen alert geworden en hadden de nodige vaardigheden ontwikkeld, om met deze zaken om te gaan, zonder dat dit slachtoffers opleverde.
Artilleriebeschietingen waren af en toe intens en de Battle Group samen met het Carrier platoon, ondergebracht in het opvallende klooster aan het hoofdeinde van het dorp, had een bijzonder uitdagende tijd.
Tijdens de eerste middag verloor het bataljon luitenant W.J.D. Sword, die voor de tweede keer gewond raakte, door granaatsplinters in zijn voet. De volgende nacht was er het treurige verlies van sergeant Mac Millan, de Officers Mess sergeant, die in het donker met zijn been onder een vrachtwagen kwam.
Het hoofdkwartier bij het klooster kreeg bijzondere aandacht van tenminste één 88 mm geschut, dat met zo´n precisie iedere morgen schoot, dat men vermoedde, dat er een spion in het dorp was achtergelaten om het vuur te leiden. Het verblijf in Tienray duurde drie dagen, waarin niets gebeurde buiten artillerie beschietingen, alhoewel er patrouilles ondernomen werden richting Maas als reactie op de hardnekkige geruchten dat de Duitsers hun patrouilles ‘s nachts over de Maas stuurden in de bossen op de westzijde.
Op 28 november kwamen troepen van de derde divisie, om het gebied over te nemen en de Argylls gingen terug naar Asten. Daar konden ze eindelijk hun benen strekken onder de keukentafels van de gastvrije mensen.