De huisvesting

Voor de huisvesting rekende het comité op de medewerking en de liefdadigheid van de bevolking. Allereerst begon men met het registreren van gratis ter beschikking gestelde kwartierruimten. Dat was juist op tijd want op 2 oktober kwam al de eerste treurige stoet vluchtelingen uit Oostrum en Wanssum. Aan het begin van het dorp werden de vluchtelingen opgewacht door bovenvermeld achttal. Tot middernacht bleef de stroom aanhouden. Enkele vluchtelingen trokken door naar Castenray. Van de Duitse commandant kreeg men toestemming om ’s nachts door te gaan met het onderbrengen van de vele vluchtelingen. De verdeling over het dorp en de huizen was niet evenredig. Dat kwam doordat de vluchtelingen in groepjes kwamen en in veel woningen ook Duitsers ingekwartierd waren.
De vluchtelingen waren afkomstig uit Vortum, Vierlingsbeek, Overloon, Maashees, Holthees en Smakt. Verder waren daar ook vluchtelingen bij, die hun toevlucht gezocht hadden tot de bewoners van die dorpen. De toestand was allerellendigst. De woningen van veel van deze Brabanders waren eerst leeggeroofd en daarna in brand gestoken. Velen hadden nagenoeg niets bij zich en waren zeer nerveus. Veel leed werd verzacht doordat de inwoners van Oirlo en Castenray massaal gehoor hadden gegeven aan de oproep van het comité. Eén gezin werd om hygiënische redenen apart gehuisvest, wat extra kosten met zich meebracht.