De zusters krijgen inkwartiering

Op zekere dag kwam een SS man met een Rode Kruiswagen dertig dekens opeisen. Moeder Majola gaf er achttien mee en dacht dat het zo welletjes was. Maar hij telde ze voor haar ogen na en zei ijskoud: “Noch zwölf”. Toch mochten de zusters nog van geluk spreken dat ze een dak boven het hoofd hadden, al bood dat ongetwijfeld geen zekere beschutting. De huiselijke bezigheden van de zusters bestonden voor een groot gedeelte uit het versjouwen van beddengoed en strozakken. Want “waar slapen we vannacht het veiligst?” was een voorname telkens terugkerende vraag in verband met de richting waar de granaten vandaan kwamen. De vloer van de strijkkamers in het souterrain was bedekt met strozakken voor de jongere zusters. Er was geen paadje vrij. Naast ellende was er toch ook veel lol. Zo vond men het heel gewoon dat men naast elkaar op strozakken in de kelder sliep. Maar als dan ’s nachts iemand op de buurvrouw stapte in plaats van er naast…. Swolgen. Een Britse slachtoffer werd op vrijdag 24 november om 16.00 uur binnengebracht op de pastorie. Hij was zwaar gewond en had twee kogels in zijn ruggenwervel. Het was een twintigjarige katholieke Rode Kruissoldaat. De pastoor nam hem de biecht af en gaf hem het oliesel. De pastoor kreeg een bebloede hand aangereikt als dank. De drie Duitse militairen namen hem na een kwartier mee.