Kronenberg

In Kronenberg werd alleen op 18 oktober 1944 een razzia gehouden.
Op zondag 18 oktober 1944 vond in Kronenberg en Sevenum een zogenaamde kerkrazzia plaats. De heilige mis begon om half acht en werd geleid door pastoor Kessels. Halverwege de mis vielen zes gewapende Duitse militairen de kerk binnen en verstoorden de dienst. Pastoor Kessels vroeg of hij de dienst mocht afmaken. Na die dienst begon hij aan een tweede. Toen de commandant dat in de gaten kreeg moest hij stoppen. Bijna honderd mannen moesten zich buiten in een boomgaard verzamelen. De kerk werd daarna uitgekamd. Louis Smedts uit America wist te ontsnappen. Hij mocht thuis een winterjas halen, maar dook in plaats daarvan in een biechtstoel. Daarna verstopte hij zich onder de rokken van één van de vrouwen en daarna hielp pastoor Kessels hem verder met ontsnappen. Vrouwen mochten nog wel kleren gaan halen en brood en een rozenkrans. Het zou echter maar voor een paar dagen zijn. Ook in Sevenum gebeurde hetzelfde. Om 10.00 uur zette de stoet zich in beweging naar Venlo.
Daar werden de mannen in veewagens gestopt of gepropt. Vijftig per wagon. In totaal ging het om 2.500 tot 3.000 mensen van zestien tot zestig jaar. Via Wuppertal ging het met deze groep naar de Harz. In Haverlah Wiese kwamen kooplui hun koopwaar (mannen) uitzoeken. Uiteindelijk vonden ze een plek op vierhonderd kilometer afstand van Kronenberg. De meesten moesten gaan werken in de Hermann Göring Werke, de hoogovens. Op 14 april 1945 werden de mannen bevrijd in Watenstedt. Te voet ging het naar huis. Enkelen waren intussen gestorven aan uitputting. Van de 75 mannen keerden er negen niet terug. In juli 1945 kwamen de laatsten thuis.
Op 8 oktober 1944 werden de volgende mannen opgepakt. Ik begin deze keer bij de in Duitsland omgekomen dwangarbeiders. De doden vielen meestal tijdens het transport en bij de zogenaamde bevrijdingsbombardementen.
Tijdens het transport naar Duitsland werd M. Hoeymakers gedood.
Tijdens hun verblijf kwamen om: Martin Aerts, Jozef Baeten, Piet Billekens, Lodewijk Franssen, Hendrik Hoeijmakers, Johan en Pieter Philipsen, Pieter Roodbeen, Johannes Verstappen.
De in Kronenberg opgepakte onderduikers waren: K. Koninkx,
J. Schneider, D. Vorderman.
De anderen waren: Frans Baeten, Hein van de Broek, Hendrik en Louis Bussemakers, Ger Camps, J.Th Derks in Evertsoord opgepakt,
Gerard Dinghs, Harry en Leo Draak, Antoon, G. en Henri van Enckevort, Jos Geelen, Jac en P. van de Goor, Ger en Mart Heesen, Jan en Piet Hermans, Harry Hermkens, Jan, Piet en Theo Hoeymakers, Cor, Frans en Harry Huys, P. Huys in Evertsoord opgepakt, Jan Jacobs, Hub Jakobs,
Ger en P.J. Janssen, Ger Keijzers, Wolter Kersten, Ger, Jan en Theo Leysten, Ger Linders, Piet Litjens, Cor Manders, Th. Mennen, Ger Mulders, Jan van de Munckhof, Ger Nellen, Andreas Peters,
Jacq Wim en Lambert Philipsen, Ger, Wiel en Hendrikus Pouwels, M.H.M. Pouwels werd in Evertsoord opgepakt, Jack en Mart Roodbeen, Jac Roost, P.J. Schreurs, Piet Selen, Harry Sijbers, Leo en Louis van der Sterren, Jac Tilmans, Harry, Jac, Lambert en Piet Vullinghs, Wolter Wijnen en Josef Zeelen.
In 1951 werden de stoffelijke resten naar Kronenberg teruggebracht. Op 4 september 1951 vond de herbegrafenis plaats.