Overloon

Enkele mensen die ik geraadpleegd heb voor informatie over de oorlog in deze streek vertelden me: De oorlog duurde eigenlijk maar drie maanden. Dat was sterk overdreven. Zij wilden alleen maar zeggen, dat het tot de landing in Normandië in Noord Limburg nog wel mee viel. Veel dingen gingen “gewoon” door zoals de voetbalcompetitie en de kermis. Maar je moest je wel aan de regels houden. Dat gold vooral voor joden en mannen, die elk moment opgepakt konden worden om in Duitsland te gaan werken.

Zes juni 1944 was het begin van de bevrijding. De Geallieerden legden tot Eindhoven vierhonderd kilometer af en na honderd dagen werd na hevige gevechten die stad bevrijd. Dat was gemiddeld vier kilometer per dag. De gedachte was: over veertien dagen zitten we in Venlo. De Duitsers dachten daar anders over, want ze waren nog lang niet verslagen. Venlo werd pas in maart 1945 bevrijd.

In september 1944 werden de voorbereidingen voor na later zou blijken “De slag om Overloon”. Ook wel genoemd “De slag in de modder “of “De slag in de schaduw”of “De vergeten slag”. Veel Duitse troepen en materieel waren met de trein aangevoerd. In Vierlingsbeek werd halt gehouden en konden de militairen uitstappen, maar ook de voertuigen en allerlei oorlogsmateriaal werden afgeladen. De bevolking kreeg te maken met inkwartiering en later ook nog met de opvang van de vluchtelingen.
Eersr vielen de Amerikanen aan. Er vielen 130 Amerikaanse doden en ze verloten 38 tanks. Vervolgens namen de Britten het over en ze hadden veel last van het slechte weer en de landmijnen. (In Nederland zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog bijna twee miljoen mijnen gelegd.

De bewoners van Overloon kregen op woensdag 27 september 1944 het bevel om hun huis te verlaten richting het oosten. Slechts enkele mensen trokken zich er niets van aan en bleven waar ze waren. De zware slag kon beginnen. Het dorp had destijds dertienhonderd inwoners, waarvan er tweehonderd omkwamen tijdens de gevechten. Tijdens de slag om Overloon vielen evenveel slachtoffers als bij de slag om Arnhem. Er waren zoveel slachtoffers te betreuren omdat men uitging van foutieve inlichtingen. Achteraf gaf Luitenant Generaal D. Brown van de 53e divisie in een interview met dagblad Trouw aan, dat de slag bij Overloon net zo heftig was als die bij Caen. Alleen vielen daar meer slachtoffers. Volgens hem was er nergens zo fel gestreden als bij Overloon en Venray. Na veertien dagen liep het aantal gesneuvelde Britse militairen op tot ruim veertienhonderd. De beek tussen Overloon en Venray werd zelfs “Bloedbeek” genoemd. Veel voertuigen bleven in de modder steken en vormden de basis voor het latere oorlogsmuseum. Het bleef weken heftig regenen, zodat de militairen regelmatig tot de knieën in het water of modder moesten staan.

Het Duitse leger stond onder leiding van Hans von Obstfelder. Hij had 15.000 manschappen tot zijn beschikking, die niet allemaal voldoende getraind waren. Jongelui van de Hitler Jugend behoorden daartoe maar ook administratief personeel en technici van de Luftwaffe. De Geallieerden beschikten over tweeduizend mannen. Kortom ze waren wel erg overmoedig.

De Duitse troepen werden langzaam teruggedreven en ook de burgers moesten telkens een nieuw onderkomen zoeken. Venray met zijn 17.000 inwoners nam achtduizend vluchtelingen op. Tienray groeide van 350 inwoners naar 700 maar Meerlo spande naar verhouding de kroon en groeide van 650 naar vierduizend mensen.