Plunderingen

Vanaf september 1944 hadden terugtrekkende Duitse militairen het gemunt op allerlei transportmiddelen zoals fietsen, karren, paarden en wagens. Na hen kwam het parachutistenleger, dat grote belangstelling had voor vee, voedsel, inboedels en kostbaarheden. De Duitsers stalen volgens pastoor Dinckels naar hartenlust. Volle wagens en karren met meubels en voorraden passeerden Swolgen, op weg naar de Maas. Dinckels verbleef enkele dagen in de pastorie van Swolgen. Bij Van de Voort werd een mooie kast meegenomen. Toen Hanna dat merkte, haalde ze een hamer uit de schuur en sloeg tot verbijstering van de Duitsers de gegraveerde glazen deuren kapot. Cisca de Mulder – Beuijssen uit Swolgen: Er kwam een Duitse soldaat langs met paard en wagen, die onze kelder leeg wilde halen. Maar toen hij de kachel in de voorkamer zag, nam hij die mee, brandend en wel. Alles wat ze aan vervoermiddel zagen werd door de Duitse soldaten opgeëist. Zo verloren de zusters het paardentuig, het wagentje en het laatste handkarretje. Met fietsen kon niemand zich vertonen. Die zaten uiteen gehaald ergens tussen het stro.

Misdragingen door de bevrijders.
In december 1944 Teng Bartels: Achter het erf van ons huis liepen kippen. De bevrijders schoten ze neer, voor in de soep. In de kroniek van het klooster is te lezen: De Britten gedroegen zich als heer en meester in ons huis en namen zoveel mogelijk vertrekken in beslag. Heel anders dan de Duitsers. Bij het echtpaar Peter Jacob (Keup) Verlinden en Maria (Marie) Elisabeth Hendrikx (Melderslo Herenbosweg) waren drie meisjes die op één kamer sliepen. Een Duitser had het slot geforceerd en werd vrij snel daarna afgevoerd naar het front. Ook de Geallieerden trachtten met de meisjes in contact te komen. Toen dat niet lukte, gooiden ze rijst en krenten buiten op de grond, zodat niemand iets aan dat voedsel had. Daarop hebben Ger en enkele anderen de pomp vastgebonden, zodat ze geen water meer hadden. Daarop werd de vrede weer getekend. De Britten hebben regelmatig de deuren uit de huizen gesloopt om vuurtje te stoken en zich eraan te warmen. De kinderen van een familie aan de Generaal Dempsystraat in Swolgen hadden een spaarpotje. Vader was opgepakt en naar Duitsland gebracht om te werken. De kinderen en moeder zochten regelmatig de schuilkelder bij Beurskens op. Toen de kinderen daarna thuis kwamen bleek, dat de Britten de spaarpotjes leeggemaakt hadden. Ook de weckflessen werden regelmatig weggehaald en leeggegeten. Dat was bederfelijke waar, dus vond de commandant dat niet zo erg.