Sevenum

De kerkazzia Sevenum
Tijdens de mis op 8 oktober 1944 werd het rumoerig in de kerk omdat de in- en uitgangen bezet waren door de Duitsers. Niemand mocht na de mis de kerk verlaten. De Duitse militairen zeiden dat de mannen tussen 16 en 60 jaar voor enkele dagen moesten gaan werken. De vrouwen waren vrij en gingen vlug kleren en eten halen. Vanuit Evertsoord werden 93 jongens en 38 personeelsleden opgepakt en naar Sevenum gebracht. In totaal ging het om 326 mannen. Van hen stierven er vijf in Duitsland.

In Kronenberg werden ook jongelui opgepakt die in een kippenhok waren weggekropen. Jeu Hoeijmakers in vrouwenkleren werd neergeschoten. Alle mannen van Sevenum, Evertsoord, Kronenberg en de Peel werden samengebracht op de Markt in Sevenum.

De oudere mannen werden rond tien uur met vrachtwagens afgevoerd en de overige honderden mannen gingen in colonne naar het oosten begeleid door een twaalftal Duitse soldaten. Bij Californië werd even gerust voor een sanitaire stop. Op het station in Venlo was het Rode Kruis actief met voedsel.

Een enkeling kon ontsnappen. Om 22.00 vertrok de lange trein met gesloten veewagens. Het eindpunt was Wuppertal, Varresbeck. Al deze mannen kwamen in het doorgangskamp “Am Giebel”. ‘s Morgens werd de groep in tweeën gesplitst. De ene helft kwam later terecht in Viersen. De anderen kwamen in Lehrte. Op dinsdag 10 oktober kreeg iedereen drie pond brood uitgereikt met boter en kaas.

Later op 8 oktober werden nog verschillende mannen opgepakt in Sevenum en omgeving. Zij kwamen uiteindelijk ook in “Am Giebel” terecht.

Veel mannen kwamen terecht bij de metaalfabriek Hermann Goering Werke, of Fritz Kotz und Sohne in Wiehl en Aktion 88, waar bommen gemaakt werden. Beide fabrieken werden regelmatig gebombardeerd.
De
mannen kregen een loon waar ze niet veel mee konden.

Ze kregen ook broodbonnen, eigenlijk een betaling in natura. De hygiëne liet veel te wensen over. Ook hier wemelde het van de luizen. Op het werk kreeg men een etensbon die men ‘s avonds kon inwisselen voor het dagrantsoen.
Zieken moesten zich melden bij de dokter en kregen een Krankenschein voor één dag. Met zo’n briefje kreeg je een etensbon. Als je langer ziek bleef kon je in het ziekenhuis in Drütte terechtkomen. Dat waren de geluksvogels. De andere zieken werden afgeschreven en kwamen in Lager 24 in Reppner terecht.

De mannen hadden op zondag 8 oktober 1944 hun zondagse pak aan en dito schoenen. Toen ze uiteindelijk terugkwamen hadden ze nog steeds diezelfde kleren aan. Vooral de schoenen, sokken en ondergoed hadden veel te lijden gehad.
Eind oktober 1944 verscheen
plotseling Stien Verrijth in Watenstedt. Zij nam van iedereen een brief mee naar huis. Soms werd de gelegenheid geboden door het Rode Kruis om brieven te schrijven. Ook in de andere richting werden brieven afgeleverd bijvoorbeeld door Duitse militairen.

Op zondagochtend werd in Watenstedt een heilige mis in een café opgedragen door pater Muth. Het portret van Hitler hing goed zichtbaar.

In de avond werd dezelfde ruimte als kroeg gebruikt. Begin april 1945 werd de omgeving bevrijd en konden de mannen eindelijk naar huis. Daar kwamen ze pas in mei aan, vaak te voet.