Swolgen

In Swolgen vonden de razzia’s plaats op 16 oktober en op 17 november 1944. In totaal ging het hierbij om 56 mensen. Pastoor Eggelen schreef: Plotseling stond mevrouw Cleven met haar kleine kindjes aan de hand op de stoep. Treurig, tragisch, want haar man was opgepakt. Zij had een veilig heenkomen gevonden in Swolgen. Althans dat dacht ze. Deze razzia zou helaas nog niet de laatste zijn. Nog vaker zouden de “Grünen” terugkeren om “Männer” te zoeken. Pastoor Eggelen vervolgt: Op vrijdag 17 november 1944 vielen tegen de avond drie Duitsers de keuken binnen. “Wir suchen Männer”. Een van de mannen had een automatisch geweer bij zich. Twee soldaten gingen naar boven en de derde grijnsde in de keuken en zei tegen de pastoor: “Ich musz Sie leider auch mitnemen”. Meneer pastoor liet een briefje zien van de Duitse arts met daarop de mededeling dat hij hartproblemen had. “Glauben Sie Ihre eigen Artzt nicht mehr?” Na een tijdje kwam aan het gesar een eind. Toon Evers uit Vierlingsbeek werd meegenomen ondanks zijn smeken. In de pastorie zaten nog ondergedoken: Van Kampen en Gerrits uit Vortum. De pastoor stelde tevergeefs voor om met de commandant te gaan overleggen over Evers. Toon moest mee. Er vond nog een ontroerend afscheid plaats met zijn twee kinderen. Pastoor Eggelen en kapelaan Timmermans moesten net als alle andere mannen naar het station in Tienray lopen. Men liet de Duitse arts bij Frans Janssen, Spoorstraat 69 in Tienray dat briefje van de dokter beoordelen. Daarbij heeft Kurt Büns zich sterk gemaakt voor de beide geestelijken. Zij werden met een wagen naar Swolgen teruggebracht. Een poging van dezelfde Büns om Piet Kleeven uit Swolgen vrij te pleiten mislukte. Kleeven, vader van twaalf kinderen, moest mee. Op de avond van de 20e november kwam de commandant zelf nog eens de pastorie controleren, alsof hij zijn soldaten niet vertrouwde.