De evacuatie naar elders

Door het naderende front kwamen tal van inwoners uit Veulen, Leunen en Schoor naar Castenray. De heer H. Emonts zorgde voor hen en de kosten werden betaald door het comité in Oirlo. Na het bombardement van 19 oktober 1944 moest een gedeelte van Oirlo evacueren. Enkele andere inwoners waren daartoe al eerder genoodzaakt. Velen gelukte het om langs hoeve de Blakt door de frontlinie te geraken. Een gedeelte kwam in Castenray terecht een ander deel in Klein Oirlo.
Op 27 oktober moest het hele dorp worden ontruimd, behalve een enkeling die speciaal verlof van de Duitsers kreeg. Ook Castenray moest evacueren, gedeeltelijk naar Klein Oirlo. In een droeve stoet toog men naar Wanssum, Meerlo, Tienray, Swolgen en Horst. Th. Peters heeft vanuit Meerlo de evacués van Oirlo in Meerlo en in Klein Oirlo van voedsel voorzien. Hij had zich aangesloten bij het comité in Meerlo en kreeg steun van M. de Ponti, Sjaak Philipsen, G. Claessen en H. Claessens uit Klein Oirlo. Brood werd niet meer gratis verstrekt om tactische redenen. Het had met kwaliteit van het brood te maken en met het feit, dat eigen initiatief erdoor gedood werd. Het graan in Oirlo werd door de acht jongelui met levensgevaar naar Meerlo gesleept, om het niet in handen van de Duitsers te laten vallen. Het comité vroeg met succes dokter Kluijtmans zich in Meerlo te vestigen.
Steeds erger werd de druk door de Duitsers op de gefolterde bevolking. Een groot aantal jonge mannen en meisjes werd gedwongen loopgraven en stellingen te maken. Iedereen trachtte dit te ontlopen. Nadat de Duitsers al het vee hadden weggedreven werd in de vroege ochtend van 17 november een razzia gehouden. Alleen al van de inwoners van Oirlo en Castenray werden negentig mannen opgepakt in de leeftijd van zestien tot zestig jaar. Enkelen wisten te ontsnappen, maar 77 mannen bleven weg. Daarbij kwamen ook nog de evacués.
Eindelijk wisten de Britten op 24 november Meerlo te bereiken en daags daarna Swolgen en Wanssum. Oirlo en Klein Oirlo waren bevrijd. Bij terugkomst vonden de mensen hun woningen vernield nadat ze vier weken onder vuur hadden gelegen. Letterlijk was alles leeggeroofd. De heer W. Janssen verbleef al die tijd in een schuilplaats en heeft zeer verdienstelijk werk gedaan door toezicht te houden. De meeste mensen kwamen direct terug anderen enkele dagen later. Nadat de woningen enigszins waren gerestaureerd is weer een aantal nieuwe evacués opgevangen uit Blitterswijck en Meerlo.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *