Verwoestingen

Potentiële uitkijkposten als kerktorens, molens, watertorens en hoge schoorstenen werden op last van generaal H. von Obstfelder, opperbevelhebber van het 86e legerkorps, opgeblazen door speciale “Sprengkommandos”. Om de geallieerde opmars te vertragen gebeurde hetzelfde met bruggen, spoorlijnen, weggedeelten, transformatorhuisjes en bomen. Niet van alle dorpen heb ik voldoende informatie, maar hier heb ik een begin gemaakt.

Blitterswijck

De kerkgebouwen

Op 21 november 1944 bliezen de Duitsers de toren op met daarin nog één klok. De Duitsers gaven achteraf toe te veel dynamiet te hebben gebruikt. Kort van te voren had het kerkbestuur enkele belangrijke kunstvoorwerpen in de kelder van de pastorie ondergebracht. Toen de pastorie een voltreffer kreeg, waren alle goede bedoelingen voor niets geweest. De pastorie veranderde in een puinhoop. De heilige missen werden tijdelijk opgedragen in café De Swart. Intussen restaureerde men de Sint Annakapel, die daarna in gebruik genomen werd als godshuis.
Met Kerstmis 1951 kon de nieuwe kerk in gebruik worden genomen. Net als in andere dorpen werd het een kerk zonder toren, want het geld was op. De toren werd gebouwd in 1953 door dezelfde aannemers Linskens en Verstraelen die ook de kerk gebouwd hadden. Als architect voor de kerk met toren was het bureau Ir. Swinkels en Salemans uit Maastricht aangetrokken. Plannenmaker en leidinggevend architect was de heer J. Rameckers een zoon van het vroegere plaatselijke schoolhoofd.

Wat werd nog meer vernield?
In Blitterswijck werden de kerk, de lagere school, de kleuterschool en het kasteel helemaal vernietigd. De Sint Annakapel en de Nederlands Hervormde kerk hadden veel oorlogsschade maar konden hersteld worden. Daarnaast bleek dat van de in totaal 115 woningen in het dorp er 34 geheel werden verwoest. Verder werden 31 woningen gedeeltelijk verwoest en 24 zwaar beschadigd. Achttien woningen waren minder zwaar vernield.

Swolgen
De kerk
Op de avond van 5 oktober 1944 had pastoor Eggelen samen met koster Gerard Peters een bord geplaatst bij de ingang van de kerk met het opschrift:
Dit monument dateert uit de 14e – 15e eeuw. Onder toezicht van de Rijksmonumentenzorg.
Gerard Peters zei lachend:“Nu zullen ze er hun vingers wel vanaf houden”.
Pastoor Eggelen had de Duitsers ook gevraagd om hem te waarschuwen als ze de kerk zouden laten. springen in verband met het grote aantal vluchtelingen. Daar hielden de Duitsers zich later keurig.
De kerk werd ondanks bovenstaande tekst door de Duitsers met dynamiet geladen in het bijzijn van de pastoor. Op donderdag 23 november 1944 om 9.10 uur werd de monumentale kerk verwoest.
In de Lambertuskerken in Horst en Swolgen werden ook de schatten uit de kerk gehaald door mensen uit de buurt samen met Duitse militairen. In beide kerken speelde de commandant tijdens die verhuizingen op het orgel.
Diezelfde dag werd om 5.00 uur ook het transformatorhuisje opgeblazen en om 11.00 uur werd de standaardmolen in brand gestoken.

Tienray
De kerk
De zuster schrijft: Er werd weer een heilige mis opgedragen in de kelder. Onder het uitdelen van de heilige communie klonk er een vreselijke slag: Ze hadden de kerk in de lucht laten springen. Het huis van de koster was gedeeltelijk vernield. Van de kerk stond niets meer dan enkele brokstukken van muren. De volgende dag werden de mooie oude bomen om de kerk met springstof geladen en had men ze laten springen.
Uit de kroniek van de missiezusters lezen we: Op 22 november was het in alle vroegte al erg onrustig, overal liepen soldaten. Er kwam een groep om inkwartiering vragen. Anderen wilden een paard in onze stal onderbrengen. Er werd een hoekje voor klaar gemaakt. De Duitsers lieten om 8.00 uur de Tienrayse kerktoren, die reeds in september ondermijnd was in de lucht vliegen. De oude bomen rondom de kerk werden opgeblazen en achter de kerk bleven te midden van de puinhopen alleen de calvarieberg met het kruisbeeld en de winkel staan. Het transformatorhuisje op de hoek bij de kerk werd ook ondermijnd en verwoest.
Teng Bartels: De kerk was met dynamiet geladen. Iemand heeft alles onklaar gemaakt, waardoor de Duitsers kwaad geworden waren. Zij hebben daarop die verzetsdaad weer hersteld en nóg een springlading aangebracht, waardoor de kerk op twee plaatsen de lucht in vloog.
Volgens pastoor Dinckels was er geen kerk in de hele omtrek, die zo grondig vernield was als het heiligdom van Tienray. Het kan ook gelegen hebben aan de slechte kwaliteit van het kerkgebouw van 1877.
Mart van Lin: Vlak voor de verwoesting van de kerk had de pastoor nog hulp gehad van Duitse militairen. Zij brachten onder andere de vitrines en de antieke banken naar een veilige plaats en deden de voorwerpen, die daarin opgespeld waren in een mand en brachten die naar de pastorie. Als dank kreeg één van de militairen van het Sprengkommando een Tienrays grotje, dat hij mee naar huis heeft genomen.
Zuster Christilla, C.P.S.: Bij de verwoesting van de kerk was het genadebeeld gespaard gebleven. De zusters van het missieklooster “Sint Jozef” hadden het voorrecht dit beeld in hun kapel te mogen vereren, totdat de noodkerk was ingericht.
Een droevige herinnering door zuster Christilla, C.P.S. 22 november 1944
Ja, Tienray’s dierbaarste klokje
Was wel Moeders heiligdom;
Want iedereen mocht er komen,
Steeds was men er wellekom.
Maar….hevig woedde de oorlog
Veel puinhopen zag men alom; |
Op een trieste novembermorgen
Viel ook Moeders heiligdom….
En arm als wij, arme mensen
Stond toen het genadebeeld,
Om met ons de pijn te dragen.
Zij, die óók onze vreugde deelt.
Zuster Christilla was leerkracht aan de Mariaschool.

Zuster Christilla, C.P.S.: Bij de verwoesting van de kerk was het genadebeeld gespaard gebleven. De zusters van het missieklooster “Sint Jozef” hadden het voorrecht dit beeld in hun kapel te mogen vereren, totdat de noodkerk was ingericht.

Wat werd er verder verwoest:
Daarnaast werden ook de drie bruggen op Tienrays grondgebied verwoest: de spoorbrug, de brug in de Burgemeester van de Berghlaan en het kleine brugje in de kruisweg, dat er nog maar tien jaar lag. De schoorstenen van de beide steenfabrieken werden ook vernield. Een Duitse militair had er veel plezier in, toen de schoorstenen van de twee steenfabrieken werden opgeblazen. Hij kreeg van een officier daarvoor een trap onder zijn achterste.
Toch ging er een zucht van verlichting door het dorp, omdat Tienray tijdelijk van die hinderlijke roetuitstoot verlost was.
In de nacht van 31 oktober 1944 raakten veel huizen in Tienray door de beschietingen zwaar beschadigd. De pastorie op Kloosterstraat 8 kreeg verschillende voltreffers, waardoor de binnenmuren van de keuken en de bijkeuken instortten. Er bevonden zich tijdens deze beschieting 23 mensen in de kelder van de pastorie. Die wisten zich met grote moeite uit het puin te bevrijden.
Het huis van Rutten op Swolgenseweg 45 en de bakkerij van Berings, Nieuwe Baan 1.

De noodkerk 1945 tot en met 1950
De heilige missen werden aanvankelijk gevierd in de oude kapel van het klooster en na enige tijd in de Mariaschool, die in het klooster ondergebracht was. Die ruimte was ook veel te klein.
In de kroniek van het klooster staat: Op 7 december was er weer een heilige mis in de kapel om 7.30 uur voor onze communiteit en om 8.30 uur voor de parochie. Ook de Engelsen hadden een godsdienstoefening in onze kapel. We hoopten en vertrouwden dat er nu een einde is gekomen aan de heilige mis in de kelder.
Gonnie Niessen – Van Geffen: Op 6 januari 1945 op het feest van Driekoningen vond tijdens de heilige mis een beschieting plaats. Er kwam alarm en iedereen moest de kapel in het klooster verlaten.
Op 4 augustus 1945 werd de noodkerk, Bernadettelaan 2, ingezegend en op zondag 5 augustus werd het Allerheiligste en het Genadebeeld in processie afgehaald van de meisjesschool. De kinderen deden die dag de plechtige communie. De nieuwe noodkerk was ingericht in de schuur van caféhouder tevens kerkmeester Ger Wijnhoven (Joosten Ser) en zijn echtgenote Nelleke Bouten. Deze noodkerk heeft dienst gedaan tot 24 december 1950, toen de nieuwe kerk in gebruik genomen werd. Daarna werd de ruimte omgebouwd tot parochiehuis en bleef enkele jaren in beheer van het kerkbestuur. Pas in 1995 werd het nieuwe parochiehuis in gebruik genomen.
Het Comité Herstel en Opbouw der Kerken”

Op woensdag 12 december 1945 werd het “Comité Herstel en Opbouw der Kerken” voor Tienray opgericht. Tot voorzitter werd benoemd de heer Everts en secretaris-penningmeester werd Ger Wijnhoven jr. De leden van het comité waren: Herman Cox, Jan Coenders, Lou Rutten, Antoon Driessen en August Knoops jr. (jonge Guus).
Voor de wederopbouw van de kerk werd wekelijks 25 cent per persoon opgehaald in Tienray. Antoon Theeuwen was één van de collectanten.

Wanssum
De kerk
De toren werd verwoest op 22 november 1944. In de nacht van 24 op 25 november werden de nog rechtopstaande muren door landmijnen verwoest.
Wanssum is voor een gedeelte bevrijd op 25 november. Omdat er nog hevige gevechten in het verschiet lagen, moest dat gedeelte evacueren. De rest werd bevrijd op 1 december 1944. (of januari 1945?)
Van de 125 woningen werden er vijf niet getroffen door granaten. Maar liefst 36 woningen werden geheel verwoest en de meeste woningen waren zwaar beschadigd.
Geraadpleegde literatuur:

Blitterswijck, Noord Limburgs dorp met een rijke historie door Pierre Beterams.
De verwoeste kerken van Limburg door A. van Rijswijck, priester.